Gezocht: politiek leiderschap

‘Niemand kreeg er ooit iets voor elkaar. Het basisprincipe van deze buitengewoon intelligente staat bleef echter overeind: gewoon doormodderen.’ Deze woorden komen van Robert Musil. Hij schreef ze in de jaren ’30 van de vorige eeuw in De man zonder eigenschappen. In deze ideeënroman beschrijft de Weense auteur de nadagen van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Mussil spreekt al spottend over ‘Kakanië’.

De gelijkenissen met het gestolde land België zijn onmiskenbaar. Alle grote Vivaldi-werven liggen er mistroostig bij. Deze regering legt niks in de plooi, maar staat des te harder op de rem. De regering-De Croo ging het nochtans anders doen. De Croo ging tonen dat België geen Kakanië is.

Je kan de pandemie, de energiecrisis en de oorlog in Oekraïne inroepen als verzachtende omstandigheden. Dat kan. Maar onze buurlanden doen het, ondanks dezelfde uitdagingen, beter. En ja, geen andere tijd heeft ooit het hoofd moeten bieden aan zo veel nieuwe elementen, maar dat schreef de Duitse graaf Harry Kessler – wiens memoires onlangs verschenen – ook al in 1903. De aard van de uitdagingen zijn heus niet het probleem, het probleem ligt bij politici die varen zonder kompas. De kiezer zoekt leiderschap, maar botst op managers en windhanen. De kiezer zoekt naar visie, maar wordt door Mark Rutte naar de oogarts gestuurd.

Maar wat maakt een politicus of bestuurder tot een leider? In Leiderschap probeert Henry Kissinger deze vraag te beantwoorden. De voormalig Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken schrijft dat leiders denken en handelen op het kruispunt van twee assen. De eerste loopt tussen verleden en toekomst, de tweede tussen de blijvende waarden en de ambities van degenen aan wie zij leiding geven. De leider, zo leert de geschiedenis, manifesteert zich op kantelmomenten. Gedreven door idealen hebben zij immers wél de moed om onbekende paden te betreden. Winston Churchill begreep dit zeer goed toen hij schreef dat ‘op staatslieden niet alleen een beroep wordt gedaan om makkelijke kwesties op te lossen. Die lossen zichzelf vaak op. Maar wanneer het evenwicht wankelt en de verhoudingen gehuld zijn in mist, doet zich de gelegenheid voor om besluiten te nemen waar het lot van de wereld van afhangt’. Kissinger is er net als Churchill van doordrongen dat de geschiedenis gemaakt wordt door mensen, door hun visie en door hun handelingen.

De horizon van een politicus ligt bij de volgende verkiezing, die van een staatsman of leider bij de volgende generatie(s), zo zegt de volkswijsheid. Het vraagt nu eenmaal moed om bomen te planten in wier schaduw je zelf nooit zal zitten. Ik gooi er nog een boutade tegenaan: politici proberen de actualiteit te sturen, leiders sturen de samenleving. Dit doen ze op basis van een vergezicht dat ze voor de natie voor ogen hebben. Zo was Charles de Gaulle er rotsvast van overtuigd dat hij zijn land een nieuw tijdperk in moest leiden. ‘De Gaulle riep visioenen op die de objectieve werkelijkheid overstegen’, schrijft Kissinger. ‘Politiek was voor hem niet de kunst van wat mogelijk is, maar van wat gewenst is.’ En met de kracht van zijn overtuiging kreeg hij de Fransen mee in zijn verhaal. De kracht van verbeelding, de integriteit van Cincinnatus, standvastigheid, historisch inzicht, moed en bezieling zijn dan ook eigenschappen die bij elke leider terugkeren. Helaas ontbreekt het vandaag in de Wetstraat aan verbeeldingskracht. Het is tegenwoordig zelfs bon ton om te koketteren met een ongemeubelde bovenkamer.

Er was een tijd waarin politici zich omringden met filosofen en denkers, vandaag omringen ze zich met technocraten en marketeers. De Amerikaanse schrijver en journalist Walter Lippmann spreekt over ‘de citadel die leeg is omdat de filosofie er niet meer aan huis is’. Politiek is teruggebracht tot feiten en cijfers. Daarin gaapt de leegte. Dat merk je ook aan de politieke debatten. De grote ideologieën en verhalen lijken wel verdwenen. Verhalen maken de wereld nochtans bevattelijk. Door verhalen realiseren we ons dat we deel uitmaken van een groter geheel, van een lotsverbondenheid tussen de levenden, de doden en de ongeborenen. Het minste dat we van politieke leiders mogen verwachten is dat ze het toneel van de gemeenschappelijke verbeelding opnieuw bezetten. Schrijf maar op: de toekomst is aan politici die een meta-verhaal weten te brengen en onze samenlevingsverbanden weten te hernieuwen.

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Plaats een reactie