Sir Roger Scruton, conservatief verdediger van de Europese beschaving

Sir Roger Scruton was een van de grootste conservatieve denkers van onze tijd, in een periode waarin dat gedachtegoed door de intellectuele elite werd verguisd. Als filosoof, schrijver en cultuurcriticus liet de Britse intellectueel een onuitwisbare indruk achter. Hij overleed vijf jaar geleden.

Roger Scruton observeerde scherp dat conservatieve denkers in weldenkende kringen worden behandeld als zieken die je moet mijden en niet als andersdenkenden met wie je een dialoog kan voeren. Zijn conservatieve aha-erlebnis kwam er tijdens zijn verblijf in Parijs in mei ’68, waar de revolutionaire retoriek weerklonk als een quasi-religieuze roeping. Scruton, opgegroeid in een bescheiden en links georiënteerd milieu, aanschouwde de studentenrevolte vanop de eerste rij. Onder het raam van zijn kamer galmden de echo’s van ‘interdit d’interdire’, verboden te verbieden. Wat hij zag, waren niet alleen jongeren in opstand, maar vernietigers van het verleden, relschoppers die zich afkeerden van de fundamenten van de Europese beschaving.

Juist op het moment van dreigend verlies ervaren we de waarde van alles.

Het verdedigen van de Europese beschaving, een erfenis die hij samenvatte als het Goede, het Ware en het Schone, werd al snel zijn levensdoel. Scruton geloofde dat er zoiets bestaat als een goed leven: een leven in harmonie met onze omgeving, geworteld in ethiek en esthetiek. Die harmonie beschouwde hij als de essentie van een beschaving die zorg draagt voor haar natuur, die leefbare steden bouwt en geen zielloze betonblokken en die kunst waardeert die verheft in plaats van vervreemdt.

In een tijd waarin postmoderniteit vaak afstand neemt van deze idealen, bleef Scruton onvermoeibaar pleiten voor hun behoud. ‘Juist op het moment van dreigend verlies ervaren we de waarde van alles’, liet hij optekenen in een interview, ‘zoals Hegel al zei, vliegt de uil van Minerva pas in de schemering uit.’

Oikofilie, de liefde voor ’thuis’

Een centraal thema in zijn werk was het begrip ‘thuis’. Voor Scruton ging dit niet alleen over een fysieke plek, maar over een gevoel van verbondenheid, verantwoordelijkheid en continuïteit. Hij waarschuwde dat het verlies van dit fundament leidt tot vervreemding en ontheemding. In een wereld waarin globalisering vaak gepaard gaat met een verlies aan lokale identiteit, benadrukte Scruton het belang van het vertrouwde en het persoonlijke.

Zijn oeuvre is niet alleen een inspiratiebron, maar een blijvende aansporing om onze beschaving met eerbied en dankbaarheid door te geven aan toekomstige generaties

Scrutons conservatisme was geen rigide ideologie, maar eerder een filosofie van de liefde: een houding van zorg en respect. Hij zag het als onze plicht om de wijsheid van tradities te bewaren en te koesteren, niet om deze achteloos te vernietigen. Hij keerde zich tegen de radicale drang tot tabula rasa, het ongeschreven blad, en pleitte voor een liefdevolle reconstructie van wat waardevol is. Hij stond kritisch tegenover de economische eenzijdigheid van Margaret Thatcher, maar evenzeer tegenover het progressieve dogma dat elke vernieuwing als vanzelfsprekend goed beschouwt.

Schoonheid als basisbehoefte

Zijn visie op schoonheid was fundamenteel voor zijn denken. Scruton geloofde dat schoonheid meer is dan een oppervlakkige luxe, het is een basisbehoefte. Kunst, architectuur en muziek zijn voor hem vensters naar een dieper begrip van onszelf en onze samenleving. Hij bekritiseerde het modernisme dat vaak de menselijke maat en harmonie verloochent en pleitte voor kunst die inspireert en verbindt.

Scrutons leven was niet vrij van controverse. Hij ging tegen de stroom in, schreef over wijn, sigaren en de jacht, en werd daar soms zwaar voor bekritiseerd. Maar hij bleef trouw aan zijn principes en accepteerde de gevolgen met een waardigheid die hem kenmerkte. Zijn moed en eerlijkheid maken hem tot een inspirerende figuur in een tijd van conformisme.

Vijf jaar na zijn overlijden is zijn werk relevanter dan ooit. Scrutons nalatenschap is een oproep om schoonheid te koesteren, tradities te respecteren en verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld die we achterlaten. Hij liet ons zien dat echte vooruitgang alleen mogelijk is wanneer we begrijpen wat het waard is om behouden te worden. Zijn oeuvre is niet alleen een inspiratiebron, maar een blijvende aansporing om onze beschaving met eerbied en dankbaarheid door te geven aan toekomstige generaties.

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Plaats een reactie