Nooit meer, opnieuw

Afgelopen week herdachten we 80 jaar V-day. De bevrijding lag op 8 mei 1945 wel al even achter ons, maar het symbolisch belang van de capitulatie van nazi-Duitsland valt niet te onderschatten. Het kwaad was verslagen, maar het had zich in zoveel vormen geopenbaard dat de grenzen tussen dader en meeloper, tussen verzetsheld en opportunist soms akelig dun bleken.

Het is vreemd, haast ongemakkelijk, hoe herdenkingsplechtigheden verstommen wanneer de oorlog weer naar het oude continent spoelt. Hoe ‘nooit meer’ fluisterend wordt herhaald, met een wrange nasmaak. Wat lang tot het domein van musea, zwart-witbeelden en schoolboeken leek te behoren, kruipt opnieuw in het heden. Een Europees volk dat zijn onafhankelijkheid verdedigt, tegen een imperialistische agressor. En als we verder kijken dan onze neus lang is zien we aan de rand van de Levant de wind weer huilen tussen de brokstukken. Waar de lont nooit echt uit het kruitvat werd gehaald, en hoop flakkert als een kaars in tegenwind. En dan beperk ik me nog enkel tot de conflicten die via onze smartphone onze leefwereld binnendringen. De geschiedenis ritselt in de marge van het journaal. En als we niet oppassen, zal ze opnieuw brullen.

Volgens de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset ‘overwint de toekomst het verleden door het in zich op te nemen’. Maar wat als we het verleden liever vergeten? Als we het wegschuren met de gladde spons van gemakzucht en groepsdruk?

Sebastian Haffner beschrijft in Het verhaal van een Duitser hoe het nazisme niet op brute wijze werd opgelegd, maar eerder zachtjes binnensloop. Niet met harde bevelen, maar met een druppelende gewenning aan terreur. Niet uit onbuigzame autoriteit, maar uit het kneedbare karakter van een volk dat zich liet glijden in de brede, zachte stroom van conformiteit. De hel bleek niet roodgloeiend, maar lauw en gezellig.

Het geeft een bedrieglijk gevoel van veiligheid, dat opgaan in de massa. Je hoeft niet meer te beslissen over goed en kwaad, over het wezenlijke of het bijkomstige. Het is het comfort van de menigte, waarin je je morele verantwoordelijkheid even mag parkeren —  zoals je een jas aan de kapstok hangt bij het binnenkomen.

Elke bloederige ideologie met miljoenen doden op het geweten, vertrok ooit vanuit een progressief ideaal: de maakbare mens in de maakbare samenleving. De droom van de perfecte wereld, die zich vertaalt in controle, in centralisatie, in het terugschroeven van individuele vrijheden. In naam van de vooruitgang werden boeken verbrand, kerken leeggehaald, steden met de grond gelijkgemaakt.

Historicus Götz Aly wees erop dat het nationaalsocialisme voor jonge Duitsers niet voelde als dictatuur, maar als een logische uitbreiding van hun jeugdbeweging. Het was fris, jeugdig, modern, en gericht op de vernieuwing van lichaam en geest. De oudere generatie werd afgedaan als ‘kerkhofbegroeiing’. Een term die vandaag opnieuw echoot in een aversie tegen alles wat geworteld is, in een minachting voor  traditie, verbondenheid, identiteit, nuance.

Elke vergelijking loopt mank, maar de parallellen zijn er wel. Oorlog voert zich zelden aan in de vorm van tanks, het begint met taal. Met Orwelliaanse newspeak, vanuit welke uithoek dan ook. Met de overtuiging dat geweld gelegitimeerd is, als het maar het ‘juiste doel’ nastreeft.

Maar er is altijd hoop. Tijdens WO II was er Winston Churchill. Een anachronisme, waarbij principes zwaarder wegen dan populariteit. En ook vandaag moeten we ‘once more unto the breach’. Want wat we zijn, onze manier van leven, onze vrijheid, het vrije Westen, is het verdedigen waard.

Laat ons dus niet alleen het verleden herdenken, maar het opnemen in de vezels van ons denken. Laten we het koesteren zoals men een litteken koestert: als bewijs dat men iets heeft doorstaan, én heeft overleefd.

Want de toekomst komt. Altijd. De vraag is niet of ze komt, maar of we haar recht in de ogen durven kijken.

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Plaats een reactie