Stop de aanval op traditie

Sinds het postmodernisme beleven we een tijd van deconstructie en relativisme, waarin instellingen worden uitgehold, gedeelde waarden verdampen en sociale verbanden atomiseren. Het resultaat is een samenleving zonder richting of verhaal, een verzameling ontwortelde individuen die zich wees voelen in hun eigen cultuur.

Kijk om u heen, we leven in een tijd die haast dwangmatig vergeet. Wat ons voorafging, is ballast. Gebruiken, tradities en rituelen ruimen plaats voor instant bevrediging en ‘zelfexpressie’. Alles wat het individu in een groter verband plaatst, geldt als ouderwets of zelfs verdacht: te wit, te westers, te koloniaal. En dus wordt de aanval op onze tradities ingezet, verdwijnen kerststallen uit het straatbeeld en wordt geschiedenis herleid tot zelfkastijding. De dekoloniseringsindustrie draait ondertussen overuren.

Maar wie traditie afschrijft, begrijpt niet wat hij verliest. Tradities drukken niet alleen waarden uit, ze maken ook waarden. Ze vormen onze identiteit, geven richting en grenzen, en verankeren ons in een publieke ruimte die niet bedacht, maar gegroeid is. Die ruimte verbindt vreemden tot burgers via een gedeelde taal, geschiedenis, cultuur en rituelen. Zo ontstaat wat Charles Taylor een ‘gemeenschappelijke gespreksruimte’ noemt: een morele gemeenschap waarin mensen die elkaar nooit ontmoeten zich toch betrokken weten. ‘Een mens leeft niet alleen zijn persoonlijk leven,’ laat Thomas Mann zeggen in De Toverberg, ‘maar ook dat van zijn tijdsgewricht en zijn tijdgenoten.’

Rituelen en tradities geven deze gemeenschappelijkheid vorm. Een uitvaart met een rouwrede, een doop die nieuw leven verwelkomt, een huwelijksviering waarin trouw wordt beloofd: het zijn scharniermomenten die vragen om ritueel. Ze wijzen ons op iets dat groter is dan wijzelf en bieden houvast, ook wanneer we hun betekenis rationeel niet volledig kunnen verantwoorden. Filosofe Tinneke Beeckman verwoordt het scherp: ‘wie de band met traditie doorsnijdt, ondermijnt de mogelijkheid tot een authentiek leven. Identiteit, waarachtigheid en continuïteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.’

Autoriteit

Traditie veronderstelt overdracht, en overdracht veronderstelt autoriteit. Niet de karikaturale, onderdrukkende autoriteit waar progressieven zo graag tegen tekeergaan, maar zorg en verantwoordelijkheid als brug tussen verleden en heden. Goethe merkte daarom op dat kinderen twee dingen nodig hebben: vleugels én wortels. Die wortels ontstaan niet spontaan; ze worden aangereikt door ouders, leerkrachten en verenigingen. Zo hoeft het goede, ware en schone niet telkens opnieuw te worden uitgevonden.

Tegelijk blijft traditie dynamisch, zoals het schip van Theseus: voortdurend vernieuwd, zonder haar eigenheid te verliezen. Omnia mutantur, nihil interit. Alles verandert, niets gaat verloren. Tenminste, als we het niet eerst zelf weggooien uit schaamte voor het eigen verleden.

Toch staat dat besef onder zware druk. In de postmoderne cultuur is elke vorm van eigenheid verdacht. Die oikofobe reflex uit zich subtiel maar hardnekkig. Met telkens onze joods-christelijke cultuur als boksbal. En wie niet meeheult met de linkse kerk, staat automatisch aan de verkeerde kant van de geschiedenis.

Maar wie de uitdagingen van vandaag ernstig neemt – massamigratie, klimaatverandering, geopolitieke instabiliteit en de toekomst van onze welvaartstaat – beseft dat we onze samenlevingsverbanden moeten herstellen. Dan blijkt al snel dat wij geen wezen zijn, maar de erfgenamen van velen.

Dankbaarheid

Wat traditie uiteindelijk vraagt, is geen blinde gehoorzaamheid, maar dankbaarheid. Aan het einde van zijn leven schreef Roger Scruton: ‘Dicht bij de dood begin je te weten wat het leven betekent, en de betekenis is dankbaarheid.’

Misschien is dat de kern van traditie: een collectieve vorm van dankbaarheid voor wat we ontvangen hebben, voor wie ons voorging, voor de diepe sporen die anderen trokken zodat wij niet telkens opnieuw vanaf nul moeten beginnen. Traditie is het doorgeven van het vuur, niet het aanbidden van de as. Dat vuur verwarmt én verlicht. De vraag is alleen of wij het nog willen aanwakkeren?

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Plaats een reactie