Het nieuwe Gentse stadskantoor zou een parel van moderne stadsontwikkeling zijn, zo kondigde Open Vld-schepen Sofie Bracke twee jaar geleden aan. Maar wat werd voorgesteld als een kroonjuweel, blijkt in werkelijkheid een peperduur prestigeproject, waarvan het prijskaartje explodeerde van 15 naar 40 miljoen euro. De grandeur blijkt bovendien vooral schuil te gaan in de gevel, niet in de dienstverlening. Wie een rolstoel gebruikt, met een kinderwagen komt of slecht te been is, vindt er geen rode loper, maar Kafka.
Aanvankelijk was er zelfs geen lift voorzien in het gebouw. Van een gemiste start gesproken. Te elfder ure werd er dan toch eentje toegevoegd, en die werd trots voorgesteld als de ‘Rolls-Royce’ onder de liften. In werkelijkheid is het eerder een Trabant zonder motor: te smal en vaak defect. Toen dat onrecht in 2023 op de gemeenteraad werd aangeklaagd, wuifde Groen-schepen Hafsa El-Bazoui de kritiek weg als ‘kinderziektes’. Wel, ondertussen is de patiënt chronisch ziek.
Kwinkslag
Als tijdelijke oplossing voorziet de paarsgroene meerderheid een metalen helling van 80 meter. 80 meter!? Alsof je Mount Everest moet beklimmen om je papieren in orde te brengen. Het stadsbestuur tracht de pijn te verzachten met een kwinkslag: ‘Raak je de trap niet op? Begeef je langs hier naar de top.’ De humor ontgaat me. Rolstoelgebruikers lachen maar groen. Die voelen zich vernederd.
Een structurele oplossing is beloofd… ergens in 2026. Drie jaar nadat de deuren openden. Intussen blijft het sukkelen en stijgen de kosten — en de stadskas zit al in de rode cijfers.
Een stad van uitsluiting
En zo wordt dit stadskantoor het ultieme symbool van de Gentse bestuurscultuur. Veel woorden, weinig daden. Veel gebaren, weinig oplossingen. Veel borstklopperij, weinig schaamte.
Het opiniestuk, zeg maar mokerslag, van een Gentse student in De Standaard eind vorig jaar staat me nog helder voor de geest. ‘Gent zet in op mobiliteit, groen en veiligheid. Maar een rolstoelgebruiker kan niet fietsen, en je weet hoe ze hier aan de Leie denken over auto’s.’
Zijn conclusie was vernietigend: ‘In Gent doen we niet aan bordjes, zoals in de segregatieperiode in de VS. We doen aan drempels. Veel efficiënter en goedgekeurd door de stad. Honden zijn welkom, rolstoelgebruikers niet.’ Dat is geen overdrijving of karikatuur, maar de bittere realiteit voor velen. Een realiteit die een smet werpt op het zelfverklaarde ‘lichtbaken van progressiviteit’.
Ondertussen behoort de wandelbus tot het collectieve geheugen van het paarsgroene blunderboek
Of wie herinnert zich de wandelbus? Een essentieel alternatief voor minder mobiele mensen na de invoering van het circulatieplan in 2017. Wat kregen we? Dieselbusjes waarin geen rolstoel of rollator paste. Toen de elektrische versies eindelijk arriveerden, waren die evenmin aangepast. Tot overmaat van ramp bleek uit onderzoek dat de busjes vooral gebruikt werden door toeristen en studenten. En de prijs? 480.000 euro per jaar, 11,58 euro per rit. Noem het gerust een belasting op kwetsbaarheid. Ondertussen behoort de wandelbus tot het collectieve geheugen van het paarsgroene blunderboek.
Paleis der hypocrisie
Het stadsbestuur is er nochtans als de bliksem bij om anderen de les te spellen over toegankelijkheid – de taxisector, de horeca, soms met reden – maar zelf in de spiegel kijken? Ho maar. Woorden wekken, voorbeelden strekken.
Toegankelijkheid is niet zomaar een detail, geen extraatje dat je toevoegt als je nog wat budget overhebt. Het is een hoeksteen van een rechtvaardige samenleving. Want als je de toegang tot je eigen stadskantoor al niet serieus neemt, hoe serieus neem je dan de toegang tot de samenleving zelf?
(Verschenen in Doorbraak op 31/03/2025)