Stop de beeldenstorm: Gents erfgoed verdient beter

Een fietskot in het Groot Vleeshuis? Zelfs de paarsgroene meerderheid moest toegeven dat dit geen doordachte keuze is, maar een wanhoopsdaad. Het stadsbestuur reed zichzelf, na jaren van financieel wanbeleid, klem en grijpt nu naar boekhoudkundige gymnastiek om de putten te maskeren. Wat ooit het kloppende hart van de Gentse handel was, met geschiedenis die tot in de middeleeuwen reikt, wordt gedegradeerd tot een luxueus fietskot van 7,5 miljoen euro. Een bedrag waarvoor je zou verwachten dat elke fiets zijn eigen parkeerbediende krijgt. Maar neen, geen gouden spaken of fluwelen zadels. Alleen een triest symbool van een gebrek aan visie.

Erfgoed als last, niet als lust

Dit stadsbestuur ziet erfgoed niet als lust, maar als last. Het Vleeshuis werd stelselmatig verwaarloosd. Het dak lekt, de balken rotten weg. Maar het echte rot? Dat zit in de stadskas. Het geld is op en dus moest er een ‘slimme’ zet komen: een herbestemming die toevallig uit het budget van mobiliteit kon worden gefinancierd. Zo gezegd, zo gedaan.

Ja, de Arteveldestad heeft nood aan meer fietsenstallingen en openbaar sanitair. Maar moet dat echt in een historisch pand dat bovendien een artistieke parel huisvest? Voor de liefhebbers: aan de muur van de voormalige kapelruimte bevindt zich ‘De Geboorte van Christus’, een van de vroegste muurschilderingen met olieverf. Gaan we nu echt fietsen tegen een fresco gaan parkeren dat ouder is dan Da Vinci’s experimenten met deze schildertechniek?

Van handelscentrum naar poppenkast

Het Vleeshuis is toch niet zomaar een gebouw? In de middeleeuwen was het een markthal avant la lettre, een plek waar slagers hun koopwaar aanboden, waar de stad bruiste van bedrijvigheid. Vandaag zou het een trekpleister kunnen zijn voor erfgoedtoerisme, een culturele hub waar bezoekers en Gentenaars ons verleden beleven. En bij gebrek aan inspiratie kan het stadsbestuur altijd beroep doen op de creativiteit van de stroppendragers. Maar mijn voorstel voor een inspraaktraject werd botweg van tafel geveegd.

Deze potsierlijke “herbestemming” is symbolisch voor het erfgoedbeleid. Gent strompelt van erfgoedrel naar erfgoedrel. Denk aan de disneyficatie van ons Gravensteen. Paarsgroen wil een wanstaltig glazen paviljoen neerpoten naast en verbinden met de burcht. Zogezegd om het toegankelijker te maken. In werkelijkheid: een “exit through the giftshop” die onze middeleeuwse burcht verminkt. Alsof dat nog niet genoeg is, verdwijnt hiermee ook een van de laatste stukjes groen in de binnenstad. Paarsgroen dreigt dus te slagen waar de Noormannen faalden: een gat slaan in de enige omwalde burcht uit onze regio.

Daarom diende ik een voorstel in: stop deze plannen. Kies voor een alternatief dat: de burcht respecteert, toegankelijkheid garandeert en gedragen wordt door de Gentenaar (zoals het bestuursakkoord ook vraagt, die zin staat daar niet toevallig). En toch… de meerderheid stemde tegen. Het bestuursakkoord? Voor De Clercq & co slechts een vodje papier. Een 12e-eeuws kasteel verdient nochtans beter dan een verminking in de 21e eeuw. Erfgoed vraagt om chirurgische precisie en geen botte bijl. Om architectuur die fluistert, niet brult..

Nog een voorbeeldje van het gebrek aan erfgoedvisie: de ontmanteling van de dienst stadsarcheologie in 2022. Dat zat zo: op het einde van een besparingsoefening werd een halve eeuw aan expertise ingeruild voor outsourcing, terwijl de burgemeester luid verkondigde dat “Gent niet bespaart op cultuur”. Hoezo, is erfgoed dan geen cultuur?

Belangrijker nog: wat heeft die uitbesteding opgeleverd? Schepen Peeters (Voor Gent) nam reeds de bocht en spreekt niet langer over een besparing. Deze ingreep heeft veel weg van boekhoudkundige cosmetica. Recht uit het handboek van paarsgroen bestuur. Bovendien moest de blauwe schepen ootmoedig toegeven dat een vergelijking met de vroegere werkwijze onmogelijk is. Met andere woorden: niemand weet of dit kostenbesparend is. Het kost ons in elk geval wél een schat aan kennis.

Een stad zonder geheugen is een stad zonder ziel

Onze straatnamen, onze monumenten, onze tradities verbinden ons met generaties voor én na ons. Een stad is bijgevolg niet enkel van haar huidige bewoners, maar ook van wie hier vroeger leefde en wie hier in de toekomst zijn thuis zal vinden.

De Brits-Ierse filosoof en politicus Edmund Burke verwoordde het treffend: ‘Een samenleving is een verbond tussen de doden, de levenden en zij die nog geboren moeten worden.’ Geschiedenis en erfgoed moet men koesteren in plaats van herschrijven, bouwen in plaats van afbreken, bewaren in plaats van vergeten. Want een stad zonder herkenbare identiteit wordt een verzamelplek van passanten in plaats van een thuis voor generaties.

Moeten we dan blijven hangen in het verleden? Geenzins. Vernieuwing is wenselijk, maar échte vooruitgang bouwt verder op een stevig fundament, en niet op de puinhopen van een weggeveegd verleden. ‘Hoe verder je terug kunt kijken, hoe verder je vooruit kunt zien’, sloeg Churchill de nagel op de kop.

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Eén opmerking over 'Stop de beeldenstorm: Gents erfgoed verdient beter'

  1. Correcte analyse. Vergeet ook niet: de mooie neo-bysantijnse St Annakerk die aan een supermarkt werd verkocht.

    Like

Plaats een reactie