Witte scholen, groene waanzin

Aan het eind van de zomervakantie pakte De Standaard uit met een artikelenreeks over ‘te witte scholen’. Steen des aanstoots: ouders die kiezen voor een school waar de concentratie anderstaligen lager ligt. Alsof ouderlijke zorg voor het welzijn en de toekomstkansen van hun kind niet langer een deugd is, maar laakbaar. Een zonde waarvoor je je moet schamen in de ogen van de progressieve moraalpolitie.

De Gentse onderwijsschepen Evita Willaert (Groen) deed er nog een schepje bovenop door zonder blikken of blozen de vrije schoolkeuze in vraag te stellen. In hun gekende stijl zadelen de groenen ouders op met een schuldgevoel, terwijl de echte crux ligt in het pamperbeleid, de pretpedagogiek en het fiasco van thuistaalexperimenten.

De linkse obsessie met kleur

De framing van de ‘te witte school’ vertrekt vanuit een identitaire obsessie die uit de Verenigde Staten is overgewaaid, waarbij men alles bekijkt door de lens van ras en discriminatie. Die lens zetten de deugpronkers nu ook op ons onderwijs: scholen worden niet langer beoordeeld op hun onderwijskwaliteit, maar op hun ‘kleurenpalet’.

De framing van de ‘te witte school’ vertrekt vanuit een identitaire obsessie die uit de Verenigde Staten is overgewaaid, waarbij men alles bekijkt door de lens van ras en discriminatie.

Opvallend trouwens hoe progressieve partijen de begrippen ‘sociale mix’ en ‘sociale klasse’ reduceren tot kleur. Alsof leerlingen met migratiewortels automatisch kansarm zijn, alsof ze per definitie een slachtoffer zijn. Dat is niet alleen stigmatiserend, het is ronduit misleidend. De echte uitdagingen in ons onderwijs hebben niets met huidskleur te maken, maar alles met taal, kennis en discipline.

Regressief links

En net op dat vlak heeft Groen niemand lessen te leren. In de Arteveldestad kiest het stadsbestuur voor een beleid dat segregeert in plaats van integreert. De paarsgroene coalitie vindt het prima om kinderen die thuis dezelfde taal spreken samen te zetten in aparte groepjes. Willen we dan echt dat ‘Marokkaanse kindjes’ met de ‘Marokkaanse kindjes’ spelen, en de ‘Turkse’ met de ‘Turkse’? Haar voorgangster, Elke Decruynaere, vond het zelfs een goed idee om boeken, tijdschriften en apps aan te bieden in de thuistalen van de leerlingen.

Willen we dan echt dat ‘Marokkaanse kindjes’ met de ‘Marokkaanse kindjes’ spelen, en de ‘Turkse’ met de ‘Turkse’?

Goed wetende dat voor een derde van deze kinderen de school de enige plaats is waar ze in contact komen met het Nederlands. Hoeft het dan te verbazen dat Nederlandsonkundige kinderen tegen hun vijftiende gemiddeld een achterstand opbouwen van een volledig schooljaar? En wie is het grootste slachtoffer? Juist, niet de kinderen uit gegoede milieus, die thuis een rijk taalaanbod krijgen, maar de meest kwetsbaren die de hefboom van taal net het hardst nodig hebben.

Kennis, de olifant in de kamer

Ouders willen voor hun kinderen kwalitatief onderwijs zodat ze later hun weg vinden in een competitieve wereld. Ze verwachten van een school dus dat die kennis overdraagt, discipline bijbrengt en hoge verwachtingen stelt.

Maar decennia van pretpedagogiek hebben ons onderwijs verzwakt: kennis, discipline en ambitie werden ondergeschikt aan ‘zelf ontdekken’. De leraar degradeerde van gezaghebbende autoriteit tot ‘coach’ of ‘procesbegeleider’, terwijl de belevingscultuur van gevoelens en meningen het haalde van feiten en kennis. Dat vormt niet alleen een bedreiging voor de individuele ontwikkelingskansen, het is ook een bedreiging voor Vlaanderen als geheel. Verworven kennis is een winst voor allen; verloren kennis is een verlies dat iedereen moet dragen, schreef Roger Scruton.

Het woke verdienmodel

Waarom blijven deze woke experimenten toch standhouden? Wel, omdat een heel ecosysteem van pedagogen, beleidsmakers en consultants er belang bij heeft. Voor elk ‘diversiteitsprobleem’ bestaat er wel een projectsubsidie.

Een heel ecosysteem van pedagogen, beleidsmakers en consultants heeft belang bij deze woke experimenten.

Dat Groen-politici dit pad van de kwezelarij der lage verwachtingen bewandelen hoeft niet te verbazen. Dogma primeert daar altijd boven realiteit. Maar dat opiniemakers zich liever bezighouden met huidskleurturven dan met de neerwaartse spiraal van ons onderwijs, zegt veel over het intellectuele klimaat in Vlaanderen. Het is nu eenmaal veel gemakkelijker te roepen dat een school ‘te wit’ is dan te erkennen dat sommige leerlingen te weinig lezen, thuis nauwelijks Nederlands spreken, of dat de verwachtingen zijn bijgesteld om niemand te kwetsen. Dat laatste zou namelijk politiek incorrect zijn.

Kansenmachine

Onderwijs moet een kansenmachine zijn: een plek waar afkomst er niet toe doet en waar elk kind de mogelijkheid krijgt op sociale mobiliteit. Professor Daniel Muijs, jarenlang topman bij de Britse onderwijsinspectie, toont de weg. Engelse scholen boerden decennialang achteruit. Vandaag scoren ze weer beter dankzij een radicale koerswijziging: weg van vage competenties, terug naar een curriculum waar kennis en discipline centraal staan.

Kinderen leren niet kritisch denken door loze vaardigheden te trainen, maar door hun brein te vullen met kennis. Zonder inhoud immers geen inzicht. Precies daarop zet Vlaanderen nu in, met hoop op een betere toekomst voor elk kind.

(verschenen in Doorbraak op 13/09/2025)

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Eén opmerking over 'Witte scholen, groene waanzin'

Plaats een reactie