Het vrije woord onder vuur

De universiteit is niet langer het huis van intellectuele vrijheid. Ze verandert in een klooster waar morele dogma’s worden bewaakt en andersdenkenden als ketters worden behandeld.

UGent

Censuur en intimidatie zijn geen prerogatief van één politieke kleur, maar het valt op hoe gretig de progressieve voorhoede zich opwerpt als morele scheidsrechter. Van straatrellen tot ecoterreur: zelfs het coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) waarschuwt dat radicalisering langs die flank toeneemt.

Die ontwikkeling roept de vraag op of we in Europa dezelfde richting uitgaan als de Verenigde Staten. Daar zagen we hoe de vrije meningsuiting letterlijk het nekschot kreeg en publieke figuren onder politieke druk worden gecanceld.

September was dan ook, op zijn zachtst gezegd, een sombere maand voor wie het vrije woord koestert. Het patroon is altijd hetzelfde: meningsverschillen niet weerleggen, maar in de kiem smoren.

Ook hier waait die ijzige wind. In mijn stad — u weet wel die van licht en liefde — zwaait een nieuwe rector de plak op mijn alma mater. Nieuwe borstels vegen schoon, maar Petra De Sutter maakte nog voor de eerste veeg al een misstap. In De Morgen verklaarde ze dat er een grens wordt overschreden ‘als men probeert aan te tonen dat er in Gaza géén genocide aan de hand is.’ Vragen stellen wordt dus taboe. Maar is het niet juist de taak van een universiteit om lastige vragen te stellen? En is het niet juist de ex-Groenpolitica die hiermee zelf een grens overschrijdt? En is dit dan de terugkeer van de jaren dertig?

Illiberaal links

De universiteit zou het zenit moeten zijn van intellectuele vrijheid. Studenten horen uitgedaagd te worden, leren argumenteren en niet alleen oordelen. Toch verworden aula’s steeds vaker tot ideologische echokamers, dienstmaagden van activisme, met niet kennis, maar conformiteit aan politieke correctheid als doel.

Professoren die niet tot de linkse kerk toetreden lopen op eieren. Wetenschappers durven controversiële hypotheses nauwelijks uit te spreken. De Franse historicus Jacques Julliard spreekt over drie linkse ijstijden waarin het denken ondergeschikt is aan de heersende opinion chic: Sovjet-marxistisch, maoïstisch en de cancelcultuur.

Onderzoek van de Foundation for Individual Rights and Expression (FIRE) bevestigt deze zorgwekkende trend. Een meerderheid van de studenten weigert een confrontatie met ideeën die hun comfortzone zouden doorbreken. Bijna 60% van de studenten geeft aan zichzelf te censureren, vooral rond gevoelige thema’s zoals het Israëlisch-Palestijnse conflict, abortus en transgenderrechten. Hoe linkser de campus, hoe sterker dit patroon.

‘Dat is Amerika’, hoor ik u denken, maar de arm van de DEI-industrie (Diversity, Equity, Inclusion) reikt ver. Volgens onderzoek van professor Andreas De Block (KUL) beschouwt driekwart van zijn collega’s zich als uitgesproken links, en krijgen rechts-conservatieve academici vaker te maken met discriminatie en vijandige opmerkingen.

Dat gebrek aan ideologische diversiteit is een slechte zaak. In een overwegend linkse  bias huizen epistemische valkuilen. Zodra eenheidsdenken de universiteit binnendringt, verdwijnt wetenschap langs de achterdeur. Kijk maar naar de snoeiharde kritiek die Griet Vandermassen te verduren krijgt, terwijl ze blootlegt hoe radicale feministen biologische sekseverschillen negeren om sociaal-constructivistische genderideologieën overeind te houden.

Jakobijnen

Met haar uitspraak treedt De Sutter in de voetsporen van de jakobijnen tijdens de Franse Revolutie. Ook zij riepen de vrijheid uit, maar verboden al snel de zogenaamde mauvais livres. Brissot, leider van de girondijnen, waarschuwde toen al dat vrijheid verdampt zodra angst voor verdachtmaking regeert. Vandaag klinkt dat akelig actueel.

Maar hoever reikt de vrijheid van meningsuiting dan? Behoorlijk ver als je het mij vraagt. Beledigen of uitdagen kan in sommige gevallen laakbaar zijn, maar nooit strafbaar. Alleen oproepen tot geweld gaat te ver. Alles daarbuiten valt onder de vrijheid van het woord. Wie toch grenzen verschuift, zet de deur open naar willekeur: vandaag wordt hun mening verboden, morgen de uwe.

Vijanden

Vrijheid van denken en spreken heeft altijd meer vijanden dan vrienden gekend. Het is nu eenmaal eenvoudig om het aangename te tolereren. De ware test is of we ook het kwetsende verdragen.

Juist daarom is de uitspraak van rector De Sutter zo problematisch. Academische vrijheid is de zuurstof van onze universiteit. Laat ons dat beschermen en de universiteit teruggeven aan de rede, niet aan de langste tenen, want het kort lontje van links is minzaam bekend. 

(Verschenen in Doorbraak op 26/09/2025)

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Plaats een reactie