Rellen in Gent

Een vuurzee, een golf van vernielingen en een kat-en-muisspel met de politie. Terwijl de meeste Gentenaars het nieuwe jaar inzetten met champagne, goede voornemens en een overdaad aan bladerdeeg, steken relschoppers auto’s in brand, vernielen ze straten en belagen ze hulpdiensten. In sommige Gentse wijken is straatterreur inmiddels een traditie geworden, net zoals de kroketten op het menu.

De aanpak blijft opvallend berustend. Men blust de brandjes, telt de schade, ruimt het puin en hoopt dat het volgend jaar beter wordt. Structurele maatregelen ontbreken. Als criminoloog en Gents gemeenteraadslid zie ik nochtans heel wat laaghangend fruit, maar de paarsgroene meerderheid moet het wel willen plukken.

Normalisering van geweld

Wat mij nog het meest verontrust, is de normalisering van het geweld. Alsof rellen op oudejaar, maar evengoed bij voetbalwedstrijden, een grootstedelijke wetmatigheid is — spoiler alert: dat is het niet.

Wie afstand neemt van het moreel relativisme — of is het onverschilligheid? — ziet dat deze rellen een voorspelbaar patroon volgen, geconcentreerd op vaste plekken zoals het Van Beverenplein en het Baudelopark. De daders zijn jong en niet zelden van Noord-Afrikaanse origine. Een gesloten groep met veel wantrouwen tegenover alles wat de overheid vertegenwoordigt, en zeer vatbaar voor moslimextremisme. 

Daarmee scheer ik niet iedereen over dezelfde kam. Er zijn er meer dan genoeg die tonen dat het anders kan. Overal in Gent zijn er ouders die elke dag vechten om hun kinderen uit de greep van de straat te houden. Armoede of sociale achterstelling kunnen een rol spelen. Maar ze verklaren, noch rechtvaardigen het doelbewust aanvallen van hulpdiensten of het vernielen van andermans eigendom. Zeker niet in een samenleving die meer kansen biedt dan eender waar.

Wat voorspelbaar is, kan je aanpakken

Wat voorspelbaar is, kan je ook aanpakken. Gerichte politieaanwezigheid, snelle sanctionering, preventieve huisarresten en vuurwerkverboden maken duidelijk dat wie de openbare orde aanvalt, de gevolgen ondervindt.

Burgemeester De Clercq (Voor Gent/Open Vld) bedankt echter vriendelijk, trekt de spreekwoordelijke paraplu open en weigert deze maatregelen te gebruiken, ondanks expliciete steun van minister Quintin (MR) — toch van dezelfde blauw(achtige) familie?

En laat ons eerlijk zijn: we hebben het hier niet over koorknapen. Wie preventieve maatregelen, zoals een huisarrest, categorisch afwijst onder het mom van “bedreigde vrijheden”, pleegt schuldig verzuim.

Een zeer aanwezige wijkpolitie haalt dit soort hooligans er overigens vrij snel uit — op voorwaarde dat ze over voldoende middelen, mensen en bevoegdheden beschikt. Buurtinformatienetwerken versterken dat effect. In steden waar burgers en politie samen verantwoordelijkheid nemen, stijgt niet alleen het veiligheidsgevoel, maar ook de gemeenschapszin.

In Gent kiest men echter voor een ander pad. Het Van Beverenplein was verkeersvrij, er was bezigheidstherapie in de vorm van een kickboxpaal en voetbaldarts, en vrijwilligers vroegen vriendelijk om vooral geen vuurwerk af te steken buiten het toegelaten uurtje na middernacht. Het moest een “alternatief” zijn. Maar alternatief waarvoor precies? Voor crapuleus gedrag? Wie echt vuurwerk wou, sprong gewoon op de fiets richting Portus Ganda.

Waarden, normen en ouderschap

Daarmee raken we aan de kern: waarden en normen. Afwezige ouders zijn de olifant in de kamer. Ouderschap is niet louter een biologische kwestie, maar een maatschappelijke opdracht. Het gezin is de hoeksteen van de samenleving. De plek waar richting, moraal en zelfbeheersing worden aangeleerd. Maar waar opvoeding faalt, regeert de straat. En wat we vandaag tolereren, wordt morgen de cultuur.

Voeg daar een discours aan toe dat slachtofferschap verheft tot deugd en verantwoordelijkheid verdacht maakt, en je krijgt de perfecte voedingsbodem voor een ontspoorde jeugd.

Een verdraaide kijk op mensenrechten versterkt die giftige cocktail. Columnist en advocaat Joris Van Cauter wees er al op, maar in progressieve kringen is het bon ton om het recht op eigendom systematisch te onderwaarderen en het recht op gelijkheid te overwaarderen. Rond die scheefgetrokken hiërarchie is intussen een heel ecosysteem gegroeid van organisaties die aan het infuus van de overheid hangen, en waar vooral zijzelf beter van worden.

Dat rechttrekken vergt een mentale breuk met decennia van gauchistisch wantrouwen tegenover gezag, orde en politie. Dat vergt politieke moed. Na jaren van een te vrijblijvende migratiepolitiek kiezen we voor gecontroleerde migratie, een burgerschapsmodel op basis van een gedeelde identiteit, én kansen die onlosmakelijk verbonden zijn met verantwoordelijkheid.

Laat oudejaar niet het moment zijn waarop we bang achter onze ramen schuilen, maar waarop we samen het glas heffen op een gedeelde toekomst.

(Verschenen in Doorbraak op 4/01/2026)

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Plaats een reactie