De erfenis van Jean-Paul Sartre

Filosoof en theatermaker Stefaan Van Brabandt maakte het tot zijn missie om de ideeën van grote denkers op een toegankelijke manier naar het publiek te brengen. Na monologen over Socrates, Marx en Spinoza komt hij met een dialoog tussen het beruchtste filosofenkoppel uit de twintigste eeuw: Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. 

In het NTGent zag ik een uitmuntende Frank Focketyn en Sien Eggers die door middel van dialogen de ideeën van Sartre en De Beauvoir op een interessante en uitdagende manier presenteren. Als tiener was ik net als zovelen geïntrigeerd door de ideeën van de existentialisten. Later ebde mijn interesse weg en — zoals het cliché wil — greep ik vaker terug naar Camus. Maar wat is nu de erfenis van deze ‘theoloog van de duivel’? Wat is het verband tussen Sartre, het postmodernisme en woke, het voorlopige eindstation van de afbraak? En is het niet merkwaardig dat Sartre en andere naoorlogse Franse intellectuelen ontsnappen aan de huidige trend van het beoordelen van historische figuren door een hedendaagse bril?

God is dood

Jean-Paul Sartre wordt algemeen beschouwd als een van de invloedrijkste filosofen van de twintigste eeuw. De Franse filosoof speelde leentjebuur bij drie Duitse H’s: Hegel, Heidegger en Husserl. Het was echter Nietzsches ‘God is dood’ die de basis vormde voor zijn existentialistisch gedachtegoed. In tegenstelling tot de platonische voorstelling dat essentie voorafgaat aan existentie, stelt Sartre dat de mens zichzelf vormgeeft door middel van zijn vrije wil en acties.

Bij de mens gaat de existentie dus vooraf aan de essentie. Terwijl een steen gewoon is wat hij is, zonder enig bewustzijn van zijn eigen bestaan, heeft de mens de fundamentele vrijheid om zijn eigen essentie te kiezen en vorm te geven. Dit betekent dat de mens in zekere zin veroordeeld is om vrij te zijn, en dat de menselijke vrijheid — zeg maar plicht — om zichzelf uit te vinden verantwoordelijkheid en existentiële angst met zich meebrengt.

God is dood

Jean-Paul Sartre wordt algemeen beschouwd als een van de invloedrijkste filosofen van de twintigste eeuw. De Franse filosoof speelde leentjebuur bij drie Duitse H’s: Hegel, Heidegger en Husserl. Het was echter Nietzsches ‘God is dood’ die de basis vormde voor zijn existentialistisch gedachtegoed. In tegenstelling tot de platonische voorstelling dat essentie voorafgaat aan existentie, stelt Sartre dat de mens zichzelf vormgeeft door middel van zijn vrije wil en acties.

Bij de mens gaat de existentie dus vooraf aan de essentie. Terwijl een steen gewoon is wat hij is, zonder enig bewustzijn van zijn eigen bestaan, heeft de mens de fundamentele vrijheid om zijn eigen essentie te kiezen en vorm te geven. Dit betekent dat de mens in zekere zin veroordeeld is om vrij te zijn, en dat de menselijke vrijheid — zeg maar plicht — om zichzelf uit te vinden verantwoordelijkheid en existentiële angst met zich meebrengt.

Tegencultuur

Zichzelf uitvinden, betoogt Sartre, kan enkel maar worden bereikt door de gevestigde orde te vernielen en de mens te herscheppen. Sartre wees dan ook elke maatschappelijke code en ethiek af, omdat deze slechts tot onderwerping leiden en de mens beperken in zijn vrijheid. Volgens hem waren duurzame gemeenschapsbanden en moraal slechts manieren om mensen te controleren en te onderdrukken.

Dit radicale individualisme en het afwijzen van gemeenschappelijke waarden en normen hebben een grote invloed gehad op de ontwikkeling van het postmodernisme en de tegencultuur van de jaren ‘60 en ‘70. Een van de belangrijkste ideeën binnen het postmodernisme is dat we elke uitspraak moeten bekijken door de bril van machtsstructuren. Waarheid en validiteit zijn louter subjectief. Niet wat iemand zegt telt, maar wel wie het zegt. D’où parles-tu? Het idee achter dit antiverlichtingsdenken is dat zij die de macht hebben in de samenleving — lees: het Westen en in het bijzonder de zevenvinkjesman — de dominante discoursen bepalen én gebruiken om te onderdrukken.

Verboden te verbieden

Mei ‘68 wilde voor eens en altijd een einde maken aan deze ‘onderdrukkingsmechanismen’. De conservatieve filosoof Roger Scruton hoorde onder zijn kotraam de echo’s van ‘interdit d’interdire’. Hij zag in de studentenprotesten een uiting van een ideologie gericht op het vernietigen van de westerse beschaving. Maar wanneer alles geoorloofd is en feiten, normen en waarden onderhandelbaar zijn, bevinden we ons niet op een hellend vlak maar op een zinkend schip.

Dat werd pijnlijk duidelijk toen Sartre, Derrida, Beauvoir en Foucault een petitie ondertekenden met de eis om pedofilie te decriminaliseren. Bovendien zou Simone de Beauvoir, al dan niet in opdracht van haar levensgezel, zich schuldig gemaakt hebben aan het groomen van minderjarige meisjes. Elke vorm van seksuele moraal werd ervaren als verstikkend en patriarchaal. Zo stond Michel Foucault er in de jaren ‘60 om bekend in Tunesië negenjarige jongetjes te verkrachten op het kerkhof. Verboden te verbieden, nietwaar?

Geweldsverheerlijking

In de greep van ideologische verdwazing en zelfhaat voelden de naoorlogse Franse intellectuelen zich aangetrokken tot totalitaire regimes. Ze dweepten met Mao, Stalin, Tito en ayatollah Khomeini. Op weg naar een niet nader bepaalde utopische toekomst verdedigde Sartre zelfs de gruwelen van het communisme. Wanneer Albert Camus De mens in opstand publiceert, een boek dat alle vormen van totalitaire politiek zoals het nazisme en communisme veroordeelt, verkiest Sartre de weg van het geweld boven zijn vriendschap met Camus.

En de geweldsverheerlijking ging ver. ‘Met het doden van een Europeaan sla je twee vliegen in één klap. Het maakt namelijk in één klap een einde aan onderdrukker en onderdrukte: de ene is dood, de andere is vrij.’ Deze woorden schreef Sartre in het voorwoord van De verworpenen der aarde, een boek van de postkoloniale denker Frantz Fanon. In Over geweld is Hannah Arendt dan ook genadeloos voor de Franse existentialist.

Dantes inferno

De naweeën van Sartre en Foucault schemeren door zoals het zonlicht door deurspleten schemert. De totale deconstructie van onze leefwereld herkennen we tegenwoordig in de woke knevelarij en de boetedoening van het Westen voor alle problemen in de wereld. De tegencultuur van de vorige eeuw richtte zich expliciet tegen alle overdrachtelijke vaders die onze samenleving rijk is — vadermoord is nu eenmaal het eindpunt van elk generatieconflict. De afgelopen decennia nestelde deze tegencultuur zich in de hoofden van onze opiniërende, culturele en universitaire elite.

Het gevolg is dat we in een tijd leven zonder richting, zonder vergezichten, zonder wervende ideeën. Eerder dan uit een soort van misplaatst snobisme de Nobelprijs te weigeren, had Sartre beter teruggedacht aan de toespraak van zijn oude vriend Camus toen hij de Nobelprijs ontving: ‘Ongetwijfeld denkt elke generatie dat zij is voorbestemd om de wereld te verbeteren. Die van mij weet inmiddels dat dit er niet in zit. Maar haar taak is misschien nog wel veel groter: voorkomen dat de wereld uit elkaar valt.’ Als we vandaag verder kunnen kijken dan de generaties voor ons, dan is dat omdat we op de schouders van reuzen staan. We zijn geen samenleving van wezen, maar de erfgenamen van velen. Laten we beschermen waar we aan hechten en herstellen waar nodig.

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: