Recht op onderwijs, recht op een kot?

De bladeren vallen, het academiejaar trekt zich terug op gang. Duizenden jongeren verlaten hun vertrouwde omgeving en maken de oversteek naar den unief. Een steeds terugkerend fenomeen daarbij is het tekort aan studentenwoningen. De vraag die echter niemand durft te stellen is of het kotentekort wel een probleem is dat de overheid moet oplossen.

Mijn uitvalsbasis is Gent. De Arteveldestad is een echte studentenstad en dat moet ze ook blijven. Studenten vormen een waardevol element in het stadsleven, zowel economisch, sociaal als cultureel. De Gentenaars houden van hun studenten, al dreigt de onvoorwaardelijke liefde plaats te maken voor een liefde met voetnoten. De studentenpopulatie zet namelijk een enorme druk op de woonprijzen, de leefbaarheid en het sociaal weefsel van de neuzekesstad. Gent telt ongeveer 85.000 studenten. Dat zijn er 34.000 meer dan twintig jaar geleden, terwijl er slechts 3.800 erkende studentenwoningen bijkwamen. Het bereiken van een gezond evenwicht tussen een bruisend studentenleven en een leefbare stad is dan ook een van de grootste stedelijke uitdagingen van de toekomst.

Stadsbestuur moet leiden, niet lijden

Studenten zijn een potentiële motor voor stadsontwikkeling. Ze zijn door de band genomen minder veeleisend en ontpoppen zich wel vaker tot vernieuwers van verloederde buurten. Lokale besturen kunnen hierop inspelen door zich heruit te vinden op vlak van stadsplanning, huisvestingsbeleid en door partnerschappen aan te gaan met onderwijsinstellingen en de private markt.

Een masterplan studentenhuisvesting staat of valt met buurtbetrokkenheid. Een snel wisselende bevolking leidt immers tot uitdovende sociale banden en een verlies van samenhorigheidsgevoel. Buurten met een groot gevoel van sociale verbondenheid scoren beter op vlak van gezondheid, criminaliteit, en vertrouwen en bereidheid om samen te werken. Een lokaal bestuur moedigt dus maar best de betrokkenheid van buurtbewoners aan bij het plannen en beheren van studentenhuisvesting.

Maar ook universiteiten en hoge scholen moeten hun verantwoordelijkheid nemen en op basis van een verdeelsleutel per x-aantal inschrijvingen x-aantal studentenwoningen voorzien. Bovendien wint kwalitatief afstandsonderwijs alleen maar aan belang.

Een kot is geen grondrecht

Onderwijs is een grondrecht, maar op kot gaan is dat, hoe plezant het ook mag zijn, niet. Niet iedereen kan of moet op kot. En neen, op kot gaan is niet noodzakelijk om goede examenresultaten te behalen. Uit een studie van de UGent: ‘Bye, Bye, Hotel Mama, Bye, Bye Good Grades? Living in a Student Room and Exam Results in Tertiary Education’  blijkt dat er ‘geen verband is tussen het wonen in een studentenkamer en de examenresultaten (…). Deze bevinding suggereert dat met betrekking tot academische prestaties noch beleidsmaatregelen die het wonen in een studentenkamer aanmoedigen, noch maatregelen die thuisblijven aanmoedigen noodzakelijk of efficiënt zijn’.

Laten we wel wezen: een kot is een statussymbool. Tegenwoordig is het trendy om een bemeubelde comfortkamer, met keuken en badkamer, in de nabijheid van een fitness, pooltafel en terras te betrekken. Het is anekdotisch, maar in mijn studententijd waren er wel meer studenten die in de buurt van Gent woonden, maar toch op kot gingen. Louter om te kunnen feesten. Het weze hen gegund, maar maak van koten dan geen prioritair samenlevingsprobleem. Het is voor velen eigenlijk niet nodig en daarom ook deels de reden van de schaarste.

Meer overheid

Uiteraard hangt de keuze om op kot te gaan af van diverse persoonlijke factoren, waaronder de financiële situatie van de student en zijn of haar familie, de beschikbaarheid van kwaliteitsvolle huisvesting, de afstand tot de onderwijsinstelling en individuele voorkeuren. Het is wellicht een onpopulaire opinie, maar ik zie de schaarse middelen toch liever gaan naar het waarborgen van de toegang tot hoger onderwijs, als kansengenerator, dan naar de toegang tot een kot.

Dat brengt me bij een laatste bedenking: moeten we niet af van het idee dat elk probleem door de overheid moet worden opgelost? Laat staan dat een zak geld of meer regelneverij de oplossingen zijn voor elk ongemak?

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

2 gedachten over “Recht op onderwijs, recht op een kot?

Plaats een reactie