De Senaat als tombola?

De Senaat redden met een tombola? Typisch Belgisch. Als een instelling geen nut meer heeft, schaffen we ze niet af. We geven ze een nieuwe verpakking, een participatief sausje, en hopen dat niemand merkt dat het nog altijd dezelfde lege doos is.

De G1000, met onder meer Denker der Nederlanden David Van Reybrouck, wil de Senaat omvormen tot een geloot burgerpanel. Zestig willekeurig gekozen burgers zouden zich dan buigen over “de grote maatschappelijke uitdagingen”. Deze lotinglobby ziet zichzelf als moderne Prometheusfiguren die het democratische vuur terugbrengen naar het volk. Ze dwalen.

Niet omdat burgerinspraak onbelangrijk is. Verkiezingen zijn net de grootste vorm van burgerinspraak die de mens ooit heeft gekend. Maar loting is geen verkiezing. En zonder verkiezingen geen democratie.

Het voorstel van de G1000 klinkt sympathiek, zoals tegenwoordig alles sympathiek klinkt wat zich hult in woorden als participatie, verbinding en dialoog. Maar achter dat fluweel schuilt vooral wantrouwen tegenover de kiezer.

Onze moderne democratie vertrekt van een radicaal idee: politieke macht haalt haar legitimiteit bij het volk, ook wanneer de elite hen daarvoor ‘onvoldoende geïnformeerd’ of ‘onvoldoende verlicht’ acht. De kiezer legt geen examen politieke geletterdheid af. Hij stemt. Soms met het hoofd, soms met de voeten. Dat is democratie.

De Amerikaanse president Abraham Lincoln begreep dat toen hij sprak over “government of the people, by the people, for the people”. Het volk bestuurt zichzelf. Niet via loting. Niet via een zorgvuldig gecureerde doorsnede van burgers die eerst enkele weekends door experts moet worden onderwezen alvorens een mening te mogen formuleren.

En precies daar wringt het schoentje. Wat de participatietijgers van de G1000 eigenlijk zeggen, is dat de burger mag meepraten op voorwaarde dat hij eerst correct wordt geïnstrueerd. Democratie is zo geen ideeënstrijd meer, maar een didactisch proces. Een pedagogisch project voor mensen die de kiezer vooral lastig vinden wanneer hij ‘verkeerd’ stemt.

Dat is geen democratische verdieping. Dat is technocratisch paternalisme met een democratische strik errond.

Want wie kiest die experts? Wie bepaalt welke inzichten voldoende ‘objectief’ zijn om de gelote burgers te vormen? Denkt iemand werkelijk dat die selectie neutraal verloopt? Natuurlijk niet. In de praktijk krijg je steevast dezelfde progressieve bovenlaag van academici, middenveldfiguren en professionele participatiebegeleiders die zichzelf presenteren als de stem van het algemeen belang.

Het ironische is dat deze modellen zogezegd de kloof met de burger willen dichten, maar vooral een nieuwe elite creëren; de participatie-elite. Mensen met veel tijd, veel cultureel kapitaal en meestal ook dezelfde links-progressieve reflexen. De gewone Vlaming. De zelfstandige. De verpleegkundige. De arbeider. Die heeft noch de tijd, noch de behoefte om drie weekends therapeutische sessies over staatsstructuren te volgen. Hij stemt liever één keer om de zoveel jaar en verwacht daarna dat politici hun werk doen.

Politici moeten bovendien kleur bekennen. Ze verdedigen ideeën, leggen verantwoording af en kunnen worden weggestemd. Dat is de electorale zweep die democratie gezond houdt. Gelote burgers dragen die verantwoordelijkheid niet. Geen mandaat. Geen consequenties.

De aartsvader van het conservatisme Edmund Burke schreef al in de achttiende eeuw dat een verkozene zijn kiezers niet alleen zijn inzet is verschuldigd, maar ook zijn vermogen des onderscheids. Onze parlementaire democratie vertrekt dan ook van vertegenwoordiging. Niet van permanente volksraadpleging.

De Senaat vervangen door een geloot panel is geen democratische vernieuwing. Het is een symptoom van een elite die steeds minder vertrouwen heeft in verkiezingen en steeds meer in de pedagogische begeleiding van de kiezer.

En ja, een democratie is rommelig, traag en conflictueus. Gelukkig maar. Politiek is geen yogasessie. Een democratie leeft van botsingen, meningsverschillen en tijdelijke meerderheden. De stoel van de macht blijft leeg. Tijdelijk bezet, nooit definitief ingenomen. Precies daarin schuilt haar kracht. En precies daarom is democratie het verdedigen waard.

(Verschenen in Doorbraak op 17/05/2025)

Gepubliceerd door Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert bestuurskunde en publiek management aan de UGent en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA), jongerenvoorzitter van N-VA Gent en columnist.

Plaats een reactie